Dat/die/der/die/das
Oke, we zijn in Utrecht een bierspelletje aan het spelen.
Ik: ‘Als je die krat nou omdraait kunnen we hem als tafel gebruiken.’
Al bijna 2 weken lang gaat nu de discussie of het DIE of DAT krat is. Iedereen in Utrecht zei ‘dat krat’, terwijl iedereen in Hoogvliet het met me eens is dat het ‘die krat’ is. Als er iemand ontzettend veel zin heeft om het op te zoeken, ga je gang. Maar ik vind dat ‘dat krat’ niet kan. Wel ‘dat kratje’.

